Lees meer over dit woord
Husband
De mannelijke partner in een huwelijk. Het komt van een oud woord dat 'heer van het huis' betekent.
Voorbeelden in context
Her husband works as a software engineer.
Haar man werkt met computers.
My husband is cooking dinner tonight.
Mijn man maakt nu het avondeten.
Ontdek meer Engelse stapels
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.