Lees meer over dit woord
Il fait chaud
"Il fait chaud" gebruikt de onpersoonlijke constructie "il fait" + bijvoeglijk naamwoord voor het weer in het Frans.
Voorbeelden in context
Il fait chaud aujourd'hui, nous allons à la piscine.
Het is warm vandaag, we gaan naar het zwembad.
En été, il fait chaud et nous mangeons des glaces.
In de zomer is het warm en eten we ijs.
Ontdek meer Franse stapels
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.