Lees meer over dit woord
La saison
Een vrouwelijk zelfstandig naamwoord dat zowel voor de vier jaargetijden als voor de periode waarin een sport wordt gespeeld, wordt gebruikt.
Voorbeelden in context
La saison de ski commence en décembre.
Het skiseizoen begint in december.
Ils ont gagné tous les matchs cette saison.
Ze hebben elke wedstrijd dit seizoen gewonnen.
Ontdek meer Franse stapels
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.